Nog geen reacties

Homilie Allerheiligen

Mt. 5:1-12a. Allerheiligen, overige lezingen Openb. 7:2-4.9-14, 1 Joh. 3:1-3

Vandaag vieren we Allerheiligen. In de eerste lezing, uit het boek Openbaring, wordt ons een blik in de hemel gegund: alle heiligen verenigd rond het Lam Gods. In de evangelielezing, met de zaligsprekingen uit de Bergrede, wordt de weg naar de hemel aangegeven. Maar de lezing uit Openbaring gaat niet alleen over een toekomstige hemel, maar ook over het aardse heden. En de evangelielezing gaat niet alleen over het aardse heden, maar ook over een ideale toekomst.

Gods nieuwe wereld
De 144.000 getekenden op aarde en de onafzienbare menigte in de hemel
De eerste lezing is genomen uit het boek Openbaring. Johannes heeft dit boek geschreven in een periode van geloofsvervolgingen. Hij wil zijn geloofsgenoten bemoedigen in deze situatie. Met behulp van visioenen schetst hij een wereld waar goddelijke en -antigoddelijke machten met elkaar in strijd zijn. In het 7de hoofdstuk, waaruit de lezing is genomen, noemt hij 144.000 getekenden. Zij bevinden zich op de aarde, dat wil zeggen de zichtbare wereld, de wereld van Johannes en zijn lezers, de wereld van nu, de wereld waar mensen worden vervolgd vanwege hun geloofsovertuiging. Maar die 144.000 waren getekend, Dat wil zeggen dat zij onder Gods bescherming stonden, dat zij waren verzegeld als Gods eigendom.
Hierna breekt de hemel open. Johannes ziet een ontelbare menigte, die niet te tellen was (7:9), rond het lam. Iedereen kent het beroemde Lam Gods van de gebroeders Van Eyck in Gent. Daar zien we de ontelbare menigte, gegroepeerd rond het Lam Gods, onderverdeeld in verschillende groepen: apostelen, martelaren in het rood, heilige vrouwen met palmtakken in hun hand (7:9). Het schilderij verplaatst ons in het hemelse paradijs: stad – het nieuwe Jeruzalem – en tuin tegelijkertijd. Het gras en het geboomte is uiterst aards en realistisch geschilderd. Op de achtergrond steken kerkgebouwen en torens boven de bomen uit als aanduidingen van de hemelse stad. Sommige kerken en torens zijn herkenbaar, we zien onder andere het koor van de Dom van Keulen. Zo is er een verband gelegd tussen het nieuwe Jeruzalem en onze eigen wereld, tussen een hemelse toekomst en het aardse heden.

De zaligsprekingen
Ook in de evangelielezing is sprake van een toekomst en een heden. Het is het begin van de Bergrede, waarin Jezus zich richt tot zijn leerlingen en een grote menigte. Hierin schetst hij het koninkrijk van God, Gods nieuwe wereld. Hij opent met negen zaligsprekingen. Gelukkig de zachtmoedigen, gelukkig de barmhartigen… Hiermee wordt het beeld geschetst van een gemeenschap die gemodelleerd is naar het model van Jezus. Het Gelukkig de zachtmoedigen vind je terug bij Jezus, die zachtmoedig en nederig van hart wordt genoemd (Mt. 11:29). Het Gelukkig de barmhartigen is in de lijn van de barmhartigheid van Jezus, die medelijden had met de menigte (Mt. 9:36, 14:14, 15:32). Er is dus een relatie tussen Jezus en zijn volgelingen.

In de zaligsprekingen is sprake van een dubbele spanning. Om te beginnen de spanning tussen heden en toekomst. Eerst het heden: Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel; gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Hier wordt de tegenwoordige tijd gebruikt: voor hen is Gods nieuwe wereld. Er is ook toekomst: de zachtmoedigen zullen het land bezitten, wie hongeren en dorsten zullen verzadigd worden, de barmhartigen zullen barmhartigheid ondervinden, de zuiveren zullen God zien, de vervolgden zullen rijkelijk worden beloond in de hemel. Hier is toekomstige tijd. In de zaligsprekingen is dus sprake van beide: een tegenwoordige en een toekomstige tijd, een heden en een toekomst, er is een relatie tussen wat nu op aarde gebeurt en hemelse vervulling later.
Er is nog een tweede spanning: die tussen God en mens. De eerste helft van de verschillende zaligsprekingen slaat op wat de mens voelt en doet. Daar wordt gesproken van mensen die nederig van hart zijn, van treurenden, van zachtmoedigen enzovoort. In de tweede helft van de diverse zaligsprekingen staat wat God doet. De treurenden zullen worden getroost, wie hongeren en dorsten zullen verzadigd worden, de vervolgden zullen worden beloond. In de Bijbel verwijst de passieve vorm naar God: Hij zal hen troosten, verzadigen en belonen. Er is een verband tussen wat mensen doen en wat God doet.

De zaligsprekingen zetten het leven van de hoorder dus onder spanning: de spanning tussen vervulling die in het heden ligt en toekomstige vervulling, en de spanning tussen wat mensen doen en ondergaan, en wat God doet. Er is nog een derde spanning: die tussen constatering en oproep. Zoiets is er ook bij een verjaardag. Wij feliciteren iemand met de bereikte leeftijd. Maar we kunnen ook zeggen: proficiat! We drukken dan een wens uit en we roepen de jarige op om iets te maken van het nieuwe levensjaar. Ook de zaligsprekingen zijn een felicitatie: gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, gelukkig de barmhartigen, gelukkig wie zuiver van hart zijn. Maar deze felicitaties zijn tegelijkertijd een oproep om te vechten tegen onrecht, tegen wraakgevoelens en ressentiment, tegen alle vertroebeling.

Gods nieuwe wereld in de oude wereld
Spanning is iets dat bij het leven hoort. Het is nooit zwart of wit, maar altijd grijs, nooit of/of, maar altijd en/en. Ook in de hier behandelde lezingen gaat het over spanningen en tegenstellingen: spanning tussen nood en vervulling, spanning tussen hemel en aarde, spanning tussen heden en toekomst, spanning tussen God en mens. Juist dank zij al deze spanningen kunnen we het uithou¬den: een goede toekomst is al begonnen. Jezus heeft in zijn leven iets van Gods koninkrijk gerealiseerd. Dit hebben ook vele mensen gedaan, officieel heiligverklaarden en anonieme heiligen. Mensen in het kielzog van Jezus, alle mensen van goede wil en goede daden. De realisering van het koninkrijk van God: dat is ook de uitdaging die aan ons is gericht. Het gaat niet over heilig¬ver¬kla¬rin¬gen achter¬af, maar om zalig¬sprekin¬gen als opdracht. We worden opgeroepen om, in het voetspoor van Jezus en van alle goede mensen die ons zijn voorgegaan of die met ons mee optrekken, verder te gaan. We worden opgeroepen om onrecht en geweld uit de wereld te helpen en om onze onmacht te dragen, wetend dat we, nu al, in Gods hand zijn.

Detail van het middenpaneel van het Lam Gods van Van Eyck in de Sint-Baafskathedraal te Gent, 1430-1432.
In dit paneel wordt het hemels Jeruzalem weergegeven, bevolkt met een onafzienbare menigte, die niet te tellen was (Openb. 7:9), gegroepeerd rond het Lam Gods, onderverdeeld in verschillende groepen: engelen, de apostelen (links beneden), de martelaren (rechts beneden, allen in het rood), de heilige vrouwen met palmtakken in hun hand (Openb. 7:9). Het hemels Jeruzalem is paradijs en stad tegelijkertijd. Het groene gras, de bloemen en de bomen horen bij het paradijs. De torens en gebouwen (waaronder het koor van de onvoltooide dom van Keulen) in de verte horen bij de stad.

Pater Peter van Dael

Reacties zijn gesloten.