Nog geen reacties

Homilie 23e zondag door het jaar

Soms komt het voor dat mensen die nog niet zolang bij onze gemeenschap behoren, bij voorbeeld omdat ze net zijn toegetreden tot de katholieke kerk, heel erg schrikken als ze erachter komen dat ook in een kerkgemeenschap als de onze er wel eens conflicten en ruzies zijn. Ik moet dan altijd aan een uitspraak van Gerard Reve denken, zelf een bekeerling: katholieken zijn net mensen. En zo is het ook, en zo is het altijd geweest, en zal het blijven.

We worden steeds, zoals in de lezingen van vandaag, aangespoord in verbondenheid, harmonie en liefde met elkaar om te gaan. En misschien wel, omdat ook de bijbel heel nuchter erkent dat die niet vanzelfsprekend zijn, en steeds opnieuw gezocht moeten worden.

Vanuit dezelfde nuchterheid die we in de bijbel tegenkomen, mogen ook wij niet vervallen in mystificatie van een geloofsgemeenschap, van geestelijken, of onszelf. Zoals een huwelijksbelofte, en de kerkelijke zegen over een huwelijk, niet betekent dat je voortaan conflictloos en alleen maar liefdevol met elkaar omgaat, zo betekent ons doopsel en vormsel, of een wijding, niet dat je vanaf dat moment als een heilige door het leven gaat. Daarvoor zijn wij mensen te complex, en te verdeeld in onszelf. We hebben allemaal een persoonlijke geschiedenis, waarin we zowel liefde als kwaad hebben aangeleerd, waarin ons toewijding aan wat goed en verbindend is zijn gegeven, naast het toegeven aan krachten die conflict veroorzaken of zelfs scheiding. Ieder van ons kent in het spectrum tussen deze twee polen wel zijn of haar eigen sterke en zwakke plekken, goede overtuigingen en gewoonten, en kwetsbaarheid en angst, bij voorbeeld om niet gezien of erkend te worden. Dat is hoe het bij ons, mensen onder elkaar, er aan toe gaat. Wie denkt zelf alleen maar goed te doen, en lief te hebben, en wie het kwaad altijd bij een ander ziet, overschat zichzelf.
Toch kunnen wij, gelovig, leven vanuit een innige band met een wel volkomen liefde, de liefde van God, die er altijd en onvoorwaardelijk is, en ons ook in de sacramenten wordt gegeven. Misschien vinden veel conflicten en scheidingen een oorzaak hierin: dat we soms van een ander mens, of van een gemeenschap als de kerk, verwachten wat alleen bij God zelf te vinden is…

De lezingen van vandaag kennen niet alleen het nuchtere vertrekpunt dat in de kerkgemeenschap niet alles heilig en goed is, ze wijzen ook een manier om hiermee om te gaan. En dan vallen grote woorden.
Ezechiël spreekt van boosdoeners en de dood die hen zal overkomen als ze zich niet bekeren. In het licht van het evangelie kunnen we dit alsvolgt begrijpen: wie willens en wetend volhardt in het kwade zal merken dat hij contact met de heilige Geest, die leven geeft, levensadem, gaat verliezen. Het evangelie spreekt van broeders, en zusters zullen wij tegenwoordig eraan toevoegen, die zondigen. Zij moeten aangespoord worden om weer gewonnen te worden voor de gemeenschappelijke zaak: eensgezind te zijn met de geloofsgemeenschap als geheel en verzoening te zoeken. Niet door hen publiekelijk aan de schandpaal te nagelen, maar door in gesprek te gaan. De context van het evangelie van vandaag maakt veel duidelijk van waar het Jezus om gaat. Eraan vooraf gaat de parabel over het ene schaap dat afgedwaald is en waarvoor de herder zijn 99 andere schapen achterlaat om het te vinden. En na het evangelie van vandaag horen we Petrus de vraag stellen hoe vaak iemand vergeven moet worden. Jezus’ antwoord luidt: niet zeven maal maar zeventig keer zeven maal. De stappen die we zojuist hoorden, over hoe met een fout van een ander om te gaan, staan zo binnen de context van de grote opdracht om steeds weer de verbinding te zoeken met elkaar, en als dat nodig is bereid te zijn te vergeven.

We zijn niet altijd zuiver en heilig, en daarom kennen ook wij als gelovigen conflicten. Het evangelie spoort ons aan om wel voorbeeldig, een voorbeeld te zijn, in hoe we met conflicten omgaan. Daarin is de steeds weer verbinding zoekende, en vergevende levende Geest van God een richtsnoer. Het is daarom ook zo belangrijk om als we iets tegen iemand hebben, dat niet uit te venten in het openbaar met de bedoeling eigen gelijk voorop te stellen, en een ander in een kwaad daglicht te stellen. ‘De liefde berokkent een ander geen enkel kwaad’, hoorden we in de tweede lezing. In het kerkelijk recht kent deze uitspraak een vertaling in de instructie dat je als gelovige niet de goede naam van een ander beschadigen mag. En dit mag voor ons ook een vingerwijzing zijn in de omgang met elkaar. Niet over elkaar, maar met elkaar spreken, desnoods met iemand erbij die geen partij is in het geheel. En steeds ook in gebed nagaan vanuit welke geest je de ander beziet. Zoek ik een veroordeling van een ander, of verbinding? Dien ik mijn eigen trots, of het leven van de gemeenschap als geheel? Ben ik bereid te vergeven en te zoeken, of blijf ik hangen in het zoeken van eigen gelijk? Wie deze vragen toelaat, kan met de Geest die het leven geeft, in vertrouwen een ander tegemoet treden. En als dit wederzijds blijkt te zijn, dan kan ook voor jou een levende werkelijkheid worden wat Jezus ons vandaag zegt: waar er twee of drie in mijn Naam verenigd zijn, daar ben Ik in hun midden.

Diaken Rob Polet

Reacties zijn gesloten.