Nog geen reacties

Homilie bij de zesde zondag door het jaar (14 februari)

Inleiding

Het thema van de lezingen vandaag lijkt in eerste instantie te zijn: ziekte en genezing. Inderdaad horen we, in het evangelie over de genezing van een melaatse. Maar deze genezing zullen we overwegen als een manier waarop zichtbaar wordt hoe goed samenleven wordt verlangd en wordt gegeven. De uitspraak van Paulus uit de tweede lezing ‘Ik zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van de gemeenschap’, geeft hiervoor de grondtoon aan.

Homilie zondag VI dhj B 2021 – St. Nicolaasbasiliek Amsterdam
Lezingen: Lev. 13, 1-2. 45-46; 1Kor. 10, 31 – 11, 1; Mc. 1, 40-45

 Een oude wet bepaalde dat wie aan de gevreesde huidziekte melaatsheid leed, zich, om besmetting te voorkomen, af moest scheiden van de gemeenschap. We hoorden daarover in de eerste lezing. Des te opmerkelijker is het dat de melaatse in het evangelie vrijmoedig op Jezus toekomst en tot voor zijn voeten nadert om voor hem te knielen. Op het eerste gezicht een vorm van burgerlijk ongehoorzaamheid, zoals we die nu zien bij mensen die moeite hebben met de regels rondom de huidige pandemie. Maar het evangelie gaat niet over burgerlijke ongehoorzaamheid maar over godsvertrouwen. Het is het verlangen naar genezing en het vertrouwen in Jezus’ kracht om te genezen die de zieke ertoe bewegen de maatschappelijk gezien gewaagde stap te zetten.

Door te vertellen dat Jezus door dit verlangen en vertrouwen geraakt wordt, wil Marcus laten zien die ook onze verlangens er mogen zijn in de ogen van God, een mogen worden uitgesproken.

Het verlangen van de melaatse zal geweest zijn naar genezing, maar in de context van vandaag wordt toch vooral een verlangen verondersteld naar weer opgenomen te worden in de gewone gemeenschap van mensen. Want dat is het gevolg van zijn genezing.

 En zo vrijmoedig als hij op Jezus toe was gekomen, zo vrijmoedig spreekt hij ook over zijn genezing, ondanks het dringende verzoek van Jezus dit niet te doen. Want Jezus wilde niet op de eerste plaats om zijn genezingen bekend staan. Mensen zouden Hem tekort doen door Hem als alleen een wonderdoener te zien, zo hoorden we vorige week al. Het gevolg is dat terwijl de genezen man weer frank en vrij kan rondlopen, Jezus zich buiten moet ophouden op eenzame plaatsen. Jezus neemt zo de maatschappelijk rol in van de man die Hij genas, er vindt tussen de twee een rolwisseling plaats. Dat was niet de intentie van Jezus, maar Hij had het risico genomen voor het welzijn van een ander, Hij deed wat Hij kon en wat anderen niet konden, en droeg de consequenties. Zoals Hij later niet zelf zou kiezen voor een gewelddadige dood, maar de kruisdood als consequentie van het ongeloof en de vijandschap van anderen zou dragen. Jezus leefde een houding voor die niet berekend is of uit op eigen comfort.

Was Jezus dat wel geweest, we zouden niets meer over Hem vernomen hebben. Jezus’ was gekomen om te verkondigen, zo hoorden vorige week, maar vandaag mogen we ons realiseren dat Hij zelf steeds de daad bij het woord van zijn verkondiging voegt : wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij en de blijde boodschap, die zal het vinden’. Want het offer dat Jezus brengt, zowel in het evangelie van vandaag als in zijn dood aan het kruis, blijkt de kiem voor het verder kunnen leven, hier en nu, en voorbij de aardse dood.

 Zo wordt zichtbaar dat de God die ook wij straks zullen belijden, leven geeft en dat ook wij een houding mogen zoeken in ons waarin we het leven dat ons wordt aangeboden zo ontvangen dat het ook doorgegeven kan worden aan onze omgeving. Paulus verwoordt dit heel kernachtig in de tweede lezing: ‘Ik tracht allen zovele mogelijk ter wille te zijn, en zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van de gemeenschap, opdat allen gered worden.

 Paus Benedictus XVI vond in relatie hiermee een mooi beeld voor de geloofsgemeenschap toen hij in 2006 een nieuw orgel inzegende. De geloofsgemeenschap valt te vergelijken met een kerkorgel, waarin vele pijpen verschillende registers vormen, met ieder een eigen karakter, maar zo op elkaar afgestemd dat bij samenspel de klank mooi en vooral zuiver is. Onzuiverheden worden door een stemmer gecorrigeerd. Zo zouden ook wij, met onze verschillende karakters en gaven, steeds de samenklank moeten zoeken in gezusterlijke liefde, aldus de Paus. Want zoals in een orgel elk register van belang is voor het geheel, en niet bedoeld is om nooit te spreken, zo mag ook in de geloofs-gemeenschap elke stem gehoord worden. Ieder van ons mag daarom het verlangen te spreken naar de zuiverheid die in je ligt ruim baan geven. Verschillende karakters en levensachtergronden maken dat dit niet altijd vanzelf gaat. Soms blaast iemand hoog van de toren en drukt daarmee anderen weg, die mag een rondje lager zingen. Een ander, met een wat gevoeliger timbre, komt soms niet tot spreken al wil zij of hij nog zo graag, en mag wat minder bescheiden zijn. We mogen leven zoeken en vinden en in het licht van de lezingen van vandaag bij onszelf nagaan: heb ik oog voor wat ik kan geven en ook voor samenspel met anderen? Wat is ervoor nodig om wat ik in me draag te geven om de samenklank tussen mij en de mensen om me heen zuiverder, harmonischer, levendiger te maken?

Diaken Rob Polet

Download hier de liturgie van de zesde zondag door het jaar (14 februari)

Eerste lezing: Lev. 13, 1-2. 45-46
Uit het boek Leviticus.
De Heer sprak tot Mozes:
“Heeft iemand een gezwel, uitslag of een vlek
op zijn huid
en gaat het lijken op huidziekte,
dan moet men hem bij de priester Aäron
of bij een priester van diens geslacht brengen.
Degene, die aan huidziekte lijdt,
moet in gescheurde kleren lopen
en zijn haren los laten hangen;
hij moet zijn baard bedekken en roepen:
Onrein, onrein!
Zolang de ziekte duurt is hij onrein;
hij moet apart wonen en buiten het kamp blijven.”

Tweede lezing: 1 Kor. 10, 31-11, 1
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.
Broeders en zusters,
of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet,
doet alles ter ere Gods.
Geeft geen aanstoot
noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan Gods Kerk;
ook ik tracht allen zoveel mogelijk ter wille te zijn
en ik zoek niet mijn eigen voordeel,
maar dat van de gemeenschap,
opdat allen gered worden.
Weest mijn navolgers
zoals ik het ben van Christus.

Evangelie: Mc. 1, 40-45
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
In die tijd kwam er eens een melaatse bij Jezus,
die op zijn knieën viel en Hem smeekte:
“Als Gij wilt kunt Gij mij reinigen.”
Door medelijden bewogen, stak Hij de hand uit,
raakte hem aan en sprak tot hem:
“Ik wil, word rein.”
Terstond verdween de melaatsheid en was hij gereinigd.
Terwijl Hij hem wegstuurde, vermaande Hij hem met klem:
“Zorg ervoor, dat ge aan niemand iets zegt,
maar ga u laten zien aan de priester
en offer voor uw reiniging wat Mozes heeft voorgeschreven,
om ze het bewijs te leveren.”
Eenmaal vertrokken
begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertellen
en ruchtbaarheid aan de zaak te geven,
met het gevolg,
dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen,
maar buiten op eenzame plaatsen verbleef.
Toch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.

Reacties zijn gesloten.