Nog geen reacties

Preek op de tweede zondag van Pasen

Kardinaal Simonis was een paar jaar geleden met Pasen te gast in de Haarlemse kathedraal. Hij veronschuldigde zich voor de lange preek die hij had gehouden. Zoals altijd kon hij het ook toen niet laten om er aan het einde van de viering even op te reageren met een klein mopje, om aan te geven dat het ook anders kan. En hij vertelde over die pastoor die geen zin had om met Pasen te preken en volstond met de opmerking: broeders en zusters, de Heer is waarlijk verrezen en dat is het hele eieren eten!

Tja, was het maar zo simpel! Een korte of een lange preek; het is voor iedere predikant een uitdaging de boodschap van Pasen goed over het voetlicht te brengen. Ik raad mensen dan ook altijd aan vooral ook de andere vieringen van de Goede Week mee te vieren, omdat Pasen anders een beetje rauw op je dak valt. Het gaat namelijk niet zoals met kerstmis om dat lieve kind en de tederheid van het hart, maar om een volwassen mens die te maken krijgt met het kruis, met lijden en dood, met strijd, met in de steek worden gelaten en door dat alles heen, met opnieuw mogen opstaan, het nieuwe leven mogen omarmen en daar God in herkennen.

Sinds de Passion op Witte Donderdag op televisie word uitgezonden wordt het verhaal van Pasen ieder jaar breed verteld. Maar als je aan mensen op straat vraagd waar het met Pasen nu eigenlijk om gaat, blijven de meesten toch steken bij de eieren.

Dat dit feest appelleert aan alles wat ons mensen kan overkomen, maar dus ook dat God het is die je uiteindelijk doet opstaan, is helaas ver weg gezakt. Je zult ook maar ernstig ziek zijn, een groot verdriet te dragen hebben, je eenzaam en verlaten voelen. Probeer dan maar eens God te herkennen in de dingen die je overkomt en Hem echt te ontmoeten in de verrezen Heer die ook jou laat opstaan! Geloven is niet vanzelfsprekend, het is hard werken en in die momenten van hoop en liefde God herkennen.

En dat nu is precies de uitdaging die ons gelovigen bezig moet houden, nml God herkennen daar waar Hij zich laat ontmoeten. Daar gaat het ten diepste met Pasen om. En de paasverhalen die we deze weken lezen, gaan nu juist over de ontmoeting met de verrezen Heer die in eerste instantie niet herkend wordt. Bijvoorbeeld Maria Magdalene die denkt met de tuinman van doen te hebben, als Jezus op haar afkomt. De Emmausgangers die niet snappen dat die vreemdeling die met hen meeloopt niet weet wat er in Jeruzalem gebeurd is. Pas bij het breken van het brood herkennen ze Jezus. En dan vandaag Thomas, de bekende apostel die niet kon geloven dat Jezus verrezen was en het eerst wilde zien en voelen.

Dit is wel herkenbaar voor ons mensen van 2020. Ik denk dat we allemaal wel een beetje op Thomas lijken.

Thomas is daarom misschien wel de apostel die het dichtst bij ons staat. Hij is een kritisch, maar reëel denkend mens. Waneer Jezus bij het laatste avondmaal tot zijn leerlingen zegt dat Hij hen voor wil gaan naar de Vader om hun een plek te bereiden, wil Thomas daar toch wel eerst iets meer over horen. Thomas denkt nuchter en stelt vragen, maar maakt hem dat tot een ongelovige?

Thomas heeft denk ik een wat zwaarmoedig karakter. Hij maakt het zichzelf ook niet makkelijk. Hij denkt na, onderzoekt en komt gemakkelijk tot een gevoel van twijfel. Ook na Pasen heeft Thomas het moeilijker dan de anderen.

Hij trekt zich terug uit de groep. Hij wil eerst met zichzelf in het reine komen. En daarom is hij er niet bij als de verrezen Heer voor het eerst aan de groep verschijnt. Als ze hem vol enthousiasme vertellen: ‘We hebben de Heer gezien’, voelt hij zich een buitenstaander.

Want ja, hij had de Heer ook gezien – dag en nacht had hij hem in zijn dromen gezien – sinds Jezus eenzaam op het kruis was gestorven. Zijn verscheurd lichaam, zijn doorboorde handen en voeten, de wond in z’n zijde, ze staan op z’n netvlies gegrift. En met Jezus was al zijn hoop begraven. De twijfel van Thomas kwam dan ook niet zozeer voort uit angst of onverschilligheid, maar uit zijn grenzeloze liefde voor Jezus.

Ook in onze dagen zijn er mensen, misschien wijzelf wel, die altijd kinderlijk geloofd en vertrouwd hebben en die dan toch in een geloofscrisis raken. Wij die Jezus liefhebben en hem kennen, moeten er toch wel bijzonder onder lijden, wanneer we gaan twijfelen. Ziekte, te veel problemen of een Kerk die je bitter teleurstelt, kunnen je aan het wankelen brengen.

Een puber die eigenlijk geen zin meer had om naar de kerk te gaan, zei een keer treffend: ja, die alles kunnen geloven, hebben het gemakkelijk; en die het gewoon niet geloven ook. Maar als je twijfelt, dan pas heb je het echt moeilijk.

Het is wel waar. Maar waarom maakt de Heer het ons dan soms zo moeilijk, en laat hij toe dat we twijfelen?

Misschien vinden we op deze vragen wel een antwoord bij diezelfde Thomas. Hij had immers één fout gemaakt. Hij ging in zijn eisen op één punt te ver. Thomas stelt nml. aan het geloof voorwaarden: eerst zien en dan pas geloven.

Maar wie dat vraagt, geeft in wezen zijn geloof op. Geloof is vertrouwen, is de liefde gelijk geven, ook tegen alles in. Daartoe roept bijvoorbeeld die vreemdeling de Emmausgangers op als hij vraagt wat er gebeurd is. En ze vertellen honderduit, waardoor Jezus opnieuw voor hen tot leven komt, maar dat is niet voldoende! Pas bij het breken van het brood komt hun geloof terug.

Van Thomas wordt verwacht dat hij bereid is Jezus te erkennen als de gekruisigde Heer. Maar ook dat gaat niet zomaar, ook daar is geloof voor nodig en de genade die alleen de verrezen Heer kan schenken. Ons geloof houdt vaak op, daar waar het eigenlijk pas moet beginnen. Ons geloof steunt niet op bewijzen die wij zien, maar op een God die wij niet zien.

Geloven is dus geen kwestie van alleen het verstand, van alleen bewijzen. Het is kennen met je hart. Het is overgave. Het is diezelfde overgave die mensen kennen die verliefd zijn. Die liefde kan uitgroeien tot een levensverbond. Als het goed is, is dit verbond niet gebouwd op een zakelijk contract. Nee, bij zo’n verbond gaat het om de vraag: wie ben ik voor jou en wie wil jij voor mij zijn. Het antwoord op die vraag kan alleen het hart waarnemen.

Wie Jezus voor ons wil zijn lezen we iedere keer opnieuw als wij de evangelie verhalen tot ons nemen. Want op dat moment worden ons de geheimen van het geloof ontsloten. De schriften ontsluiten betekent ook zicht krijgen op geloof, op hoop en op liefde! Daar mogen we ons aan optrekken, daaruit putten we kracht om het vol te houden.

God laat zich vinden als wij maar bereid zijn Hem te zoeken en Zijn hulp te aanvaarden. En deze wordt zichtbaar en tastbaar in die mens naast ons, in de sacramenten van onze kerk; in die bijzondere ontmoetingsmomenten die de Heer ons aanreikt.

De geloofsworsteling is voor Thomas en de Emmausgangers een geloofservaring geworden. Het mag ook ons overkomen. Laat dat ons houvast zijn op de momenten dat God verder weg lijkt en we Hem niet onmiddellijk herkennen. Geloven en blijven vertrouwen in de kracht en de liefde van de verrezen Heer; laten we dat vooral vieren, iedere keer als wij hier samenkomen.

Amen

Pastor Eric Fennis

 

Lezingen

Eerste lezing (Hand. 2,42-47)
Uit de handelingen der Apostelen.
De eerste christenen legden zich ernstig toe op de leer der apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en het gebed. Ontzag beving eenieder, want door de apostelen werden vele wonderbare tekenen verricht. Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk. Ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte. Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of ander huis, genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van hart, loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst. En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden.

Tweede lezing (1 Petr. 1,3-9)
Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus.
Dierbaren, gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid deed herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Een onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis is voor u weggelegd in de hemel. In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht gij op het heil, dat al gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden. Dan zult gij juichen, ook al hebt gij nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen. Maar die zijn nodig om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen, uw geloof, dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud, dat toch ook door vuur gelouterd wordt. Dan zal, wanneer Jezus Christus zich openbaart, lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn. Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk hoe hemels zal uw vreugde zijn, als gij het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt.

Evangelie (Joh. 20,19-31)
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelde hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot Hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan, die niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend, opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.

Reacties zijn gesloten.